Ik blog nooit in opdracht, maar wel op verzoek. De meeste boeken die ik hier bespreek heb ik met zo'n verzoek gekregen van de uitgevers. Dat betekent niet dat
zij -of wie dan ook- enige invloed kunnen uitoefenen op de inhoud van dit blog. Ik blog gewoon zoals ik er zelf over denk.

Reacties? Graag! Ik stel het zeker op prijs als mensen de moeite nemen om te reageren.
Heb jij ook een weblog over boeken? Ik ben nieuwsgierig, dus laat gerust een linkje achter in jouw reactie.


dinsdag 15 september 2015

De grenzen van de kunst en ander ongerief

Eva Posthuma de Boer - Ica








Als ik het voor het zeggen had, zou ik vandaag nog een nieuwe boekenprijs instellen. En voor de eerste uitreiking van die prijs heb ik geen longlist nodig, gevolgd door een shortlist. Voor die eerste uitreiking heb ik geen uitgebreide jury nodig, geen conclaaf in achterkamertjes, nee, ik hoef zelfs niet verder meer te zoeken of te lezen. Mijn eerste winnaar heb ik al: Eva Posthuma de Boer!

Nou is het natuurlijk mooi om als eerste een splinternieuwe boekenprijs te winnen, zeker als dat met een zo spraakmakend boek als Ica gebeurt. Maar voordat iedereen in applaus uitbarst en er van Ica een megagrote herdruk op de markt komt, kun je misschien beter eerst weten waaróm Eva Posthuma de Boer wat mij betreft een prijs verdient. 
 

Op de allereerste pagina, ofwel in de eerste 19 regels van de proloog, weet de schrijfster mij al zodanig te irriteren dat ze dat in de rest van het boek niet meer krijgt rechtgezet. Bladzijde na bladzijde groeit mijn ergernis. Dat is mij nog nooit eerder overkomen, daarom alleen al is Eva Posthuma de Boer wat mij betreft de eerste winnaar van Manjo's Mens-Erger-Je-prijs! 

Uitleg
Maar wat stoot mij dan zo tegen de borst? Dat is om te beginnen de toon van het geschrevene.
Het boek is opgezet als een Griekse tragedie, met vijf bedrijven en een koor dat een toelichting geeft op het verhaal. Dat koor is in dit geval een niet nader aangeduide externe verteller, die ook de proloog voor zijn/haar rekening neemt.
In de proloog legt de verteller uit dat de opbouw van het verhaal de opbouw volgt die Aristoteles voor de tragedies ontwierp. Dan volgt een uiteenzetting over hoe die opbouw in elkaar steekt. Klinkt allemaal helder, maar mij heb je hiermee al aan het sputteren. Want Posthuma de Boer legt het uit op een manier alsof wij, lezers,  een kleuterklas zijn. 

Leg maar niets uit juf, ik ontdek het veel liever zelf. 

Nee, juf Eva gaat vrolijk verder met haar uitleg. Oké, kan gebeuren, doe ik niet moeilijk over. Maar zoals ik het lees, geeft ze haar uitleg met een ondertoon van "Kijk mij eens erudiet en eloquent zijn." En dan ga ik toch een beetje draaien op mijn stoel. 
Juf, mag ik een teiltje?

Dat gaat zo verder. Vervolgens strijkt de inhoud van het boek me ook aan alle kanten tegen de haren in. Het verhaal gaat over Nadine Sprenger, een beginnend schrijfster die kennismaakt met haar idool, de gelauwerde schrijfster Ica Metz. Van meet af aan is duidelijk dat Metz staat voor Connie Palmen. Zo zijn er veel meer personages in het boek die in-real-life ook bestaan.
Sprenger gaat steeds verder in haar bewondering voor Metz, daarbij schroomt ze er niet voor grenzen te overschrijden. In mijn ogen is het gewoon een kwestie van stalken, en dat doet ze niet eens zomaar een beetje. 
Dit gegeven kán een boeiend verhaal opleveren, maar ik merk dat Posthuma de Boer bij mij het tegengestelde effect bereikt. 

Autobiofictie
Behalve het gebruik van de klassiek Griekse tragedie-opzet, heeft de auteur ook de werkwijze van Connie Palmen zoveel mogelijk gekopieerd. In de 'autobiofictie' zoals Palmen haar boeken noemt, komen natuurlijk ook heel veel personages voor die je zonder moeite herkent als bestaande personen. Ook Palmen zet mensen daarmee soms te kijk, maar dat is niet à priori haar intentie. Alle personages die Palmen gebruikt zijn ter ondersteuning van het verhaal c.q. de geschiedenis van de protagonist (zijzelf in dit geval).
Posthuma de Boer daarentegen geeft mij constant het gevoel "Kijk mij eens lekker bijdehand zijn! En scrupules? Wat zijn dat?" Zoals Posthuma de Boer het beschrijft, stalkt, zuigt en gebruikt haar protagonist het alter ego van Palmen. Obsessief ziekelijk, een beter woord heb ik er niet voor. 

Ik heb me ontzettend op zitten winden over wat ik las. Nu kun je natuurlijk meteen tegenwerpen: "Het is maar fictie. Wat jij doet is hetzelfde als het publiek dat vroeger bij de artiestenuitgang van de schouwburg de 'boef' uit het stuk opwachtte, om hem nog een flink zijn vet te kunnen geven. Jij snapt toch ook wel dat dit allemaal niet echt is?"
Nou, daar zit hem nou net mijn probleem. De auteur doet alsof ze grenzen onderzoekt, alsof het een fictief en literair probleem is waar ze mee aan komt zetten. Maar tegelijkertijd spelen er in-het-echie ook zoveel dingen mee dat het voor mij een mallemolen wordt. Door het te presenteren als een literair probleem, tackelt ze mooi alle kritiek. Sterker nog: ze oogst er lof mee. "Knap gedaan hoor, goed zo meid!"

Grenzen
Literatuur mag schuren, schrijnen, wringen. Grenzen verkennen, ook dat hoort erbij. Maar zulke grenzen zijn geen universele en duidelijke lijnen, die zijn voor iedereen ietsje anders. Voor mij is Posthuma de Boer over mijn grens gegaan. Voor mij is dit parasiteren. Wat ik al zei: obsessief ziekelijk, een beter woord kan ik er niet voor vinden. 

En dan kom ik op de volgende vraag: iets wat eigenlijk niet kan, wat eigenlijk ongehoord is, kan dat wel als je het Kunst noemt?
De geschiedenis is gevuld met voorbeelden van kunstenaars die met diezelfde vraag worstelden. Kunst is niet zozeer een verzameling mooie dingen, veel meer dan dat is Kunst een onderzoek van grenzen, Kunst is het experiment. En wie experimenteert zal regelmatig over grenzen gaan en daarmee die grenzen ook verleggen. Grensoverschrijdend en grensverleggend is dus eigen aan Kunst.
Maar is daarmee alles wat Kunst is, ook moreel gerechtvaardigd?
Ik denk nu aan Tinkebell, de kunstenares die een jaar of tien geleden een tas heeft gemaakt van haar kat. Ze gaf aan dat ze het dier eigenhandig de nek had gebroken en had gevild, omdat hij gedeprimeerd was. Pas veel later bleek dat het dier ongeneeslijk ziek was en gewoon door een dierenarts uit zijn lijden was verlost. Tinkebells uitleg was een onderdeel van het kunstproject. Maar de goegemeente dacht daar anders over en Tinkebell kreeg stormen van kritiek, haatmails, dreigementen en andere ellende over zich heen. Waarom? Omdat bijna niemand vond dat wat zij deed moreel verantwoord was.
Als het overgrote deel van de goegemeente er zo over denkt, mag je dan doorgaan of juist niet? Alles in dienst van de Kunst? Of heeft Kunst een maatschappelijke verantwoordelijkheid? En zo ja, wat is dat dan?

Rechtvaardiging
IK vind -en wie ben ik nou helemaal?- dat veel grenzen er zijn om onderzocht, opgerekt, overschreden en verlegd te worden. VEEL grenzen, niet alle. Waar je ongevraagd zó ver in iemands persoonlijke levenssfeer binnendringt dat die ander daar echt last van heeft, moet je stoppen. Of eigenlijk ben je dan zelfs al iets te ver gegaan. Kunst mag nooit de rechtvaardiging zijn van iemands ziekelijke neigingen. En dat laatste is precies het gevoel dat ik bij dit boek had.

Ik heb het boek niet uit kunnen lezen. Na 60 pagina's heb ik het drie weken terzijde gelegd, daarna ben ik opnieuw vooraan begonnen, deze poging bracht me niet verder dan pagina 77. Tijdens het lezen loop ik me alleen maar op te vreten en dat is niet goed. Ik kan de scheidslijn niet meer zien tussen mijn persoonlijke ongemak en een objectieve beoordeling. Daarom houd ik het hierbij maar voor gezien. 


GELEZEN:
titel: Ica
genre: roman
verschenen: april 2015
uitgever: Ambo|Anthos


Dit boek las ik in het kader van Een perfecte dag voor literatuur
Lees hier wat andere boekbloggers ervan vonden






4 opmerkingen:

Lalagè zei

Hoi Manjo,
Ik ben wel benieuwd waarom je wel aan dit boek bent begonnen. Mij lijkt het helemaal niks, omdat ik niets met Connie Palmen heb en niet houd van boeken over schrijvers (althans, meestal). De reacties op dit boek zijn heel divers. Maar ik zou er niet eens aan beginnen. Wat had jij er vooraf van verwacht?

Manjo van Boxtel zei

In de jaren negentig las ik De Vriendschap, De Wetten en I.M. (in deze volgorde). Ik vond het heel boeiende boeken, niet zozeer om de manier waarop Palmen over mensen die mij al dan niet bekend waren schreef, maar meer omdat ik het intelligente boeken vond, met diepgang. Ook de filosofische achtergrond / onderbouwing sprak me aan. Dat is tenminste wat ik me er nu, na ongeveel 20 jaar nog van herinner.
Maar op een bepaald moment had ik er ook genoeg van gelezen en richtte ik mijn blik weer op andere schrijvers. Zo is mijn interesse in de boeken van Palmen langzaam doodgebloed.

Toen Ica ons via EPDVL werd aangeboden, kriebelde er iets. Ik wilde op zoek naar herkenning. Misschien zou dat wat me destijds prikkelde, in dit boek ook op een of andere manier terug te vinden zijn.
Maar nee, ik vond alles wat ik gelezen heb vrij banaal. Misschien ben ik te vroeg gestopt, wie weet. Hoe dan ook: ik vond dit boek allesbehalve intelligent. (Terzijde: dat is het verraderlijke voor schrijvers: je kunt jezelf in jouw teksten nooit intelligenter voordoen dat je in werkelijkheid bent. Dat wordt beslist doorzien en dan val je echt heel hard door de mand.)
Verder heeft het boek veel minder diepgang dan ik verwachtte. De enige diepgang die ik ervoer werd ontleend aan de ingewikkelde constructie rond "wel of niet werkelijk waar".

Manjo van Boxtel zei

Nog een aanvulling (plus excuses voor de tikfouten in de tekst hierboven. In het reactiedeel kan ik die niet corrigeren):

Bij het beantwoorden van jouw vraag dacht ik alleen aan dit boek, dat me aanvankelijk wel aansprak. Maar in het algemeen kan ik stellen dat ik een boek niet links laat liggen omdat het buiten mijn comfortzone zou vallen. Juist door buiten die comfortzone te stappen, leer ik het meest.
En soms houdt dat in dat ik inderdaad concludeer dat ik niks met het boek kan beginnen. Maar op voorhand zal ik dat niet snel zeggen.

theonlymrsjo zei

Och, Manjo, wat een strijd, wat een strijd. Ik herken wel wat irritatiepuntjes. En nu, een paar dagen nadat ik het heb uitgelezen, weet ik eigenlijk nog steeds niet goed waarom zij dit boek geschreven heeft en waarom de uitgever het heeft uitgegeven. En toch ben ik blij dat ik heb doorgezet, maar dat komt meer door mijn nieuwsgierigheid wat het mij gaat opleveren dan door de inhoud/thema. En het heeft mij in ieder geval op het spoor van Connie Palmen gezet. Van haar heb ik nog niet eerder iets gelezen, dus dat wordt nu hoog tijd. En Eva Posthuma de Boer ga ik ook een extra kans geven.